Hoe kun je iemand de sterke neiging geven om toe te stemmen?

Een van de interessantste aspecten van taalkracht is de YES-SET. Verkopers en reclame-mensen weten dat alle decennia lang en ze maken er grif gebruik van. Het gevaar daarin is: de consument heeft dat niet door. Een yes-set is het gevolg van een mechanisme in ons brein waarvan we ons niet bewust zijn.

Als arts, psychiater, psycholoog, coach en docent kun jij eveneens gebruikmaken van yes-sets.
Dan hoop ik uiteraard wel dat jij ervoor zorgt dat dat taalkrachtmiddel dan ook werkelijk voordelig is voor de ander.
En dat jouw patiënt, cliënt, coachee en leerling daardoor gemakkelijker diens grootste wens ziet uitkomen.

Want zoals gezegd: de yes-set is een gevaarlijk, hypnotisch fenomeen.
Je vergroot de kans dat mensen automatisch een stelling van jou beamen of een vraag van jou met ‘ja’ beantwoorden.
=

HOE KAN DAT?
Hoe komt het dat een yes-set ons iets laat doen zonder dat we doorhebben dat we bestuurd worden?
Dat komt door de manier waarop ons brein werkt.

Als wij ons denken een paar keer achter elkaar prikkelen met iets dat we kunnen beamen, dan krijgt ons brein – zonder dat wij dat voelen – de neiging om tegen de volgende prikkel ook ‘ja’ te zeggen, zelfs al zou een nee-antwoord beter zijn. Het is een mechanisme, mede op basis van de natuurlijke eigenschap van het zenuwstelsel om signalen te herhalen.
=

VOORBEELD
Psychiater Milton Erickson (1901-1980) stelde:
“Je kunt het verleden niet meer veranderen. Inzicht in het verleden kan leerzaam zijn. Maar ja, je leeft vandaag. En iedere dag verandert je leven.”

Als je goed gaat kijken, dan zie je dat Erickson hier een YES-SET creëert.
Met die vier kleine zinnetjes laat hij je vier keer ‘JA’ denken.
Anders gezegd: je kunt niet ontkennen dat er waarheid schuilt in elk van de vier zinnen.
Erickson bouwt het zodanig op dat je na drie keer beamen ook tegen de vierde zin – bijna automatisch – ‘ja’ gaat zeggen.
En dat is nou precies waar de kracht van een yes-set op gericht is!
Erickson wil zijn patiënt laten denken dat iedere dag van diens leven nieuwe kansen biedt voor verandering (en dus mogelijk ook verbetering) en hij bereidt dat voor door eerst drie gemakkelijke zinnetjes uit te spreken waarop die patiënt niets anders kan doen dan ‘ja’ denken.
=

CONCLUSIE
Gebruik de yes-set dus alleen maar ten behoeve van de algehele gezondheid van degene die hulp bij je zoekt!
Ik smeek je: pas dat krachtig suggestieve taalmiddel slechts toe om die ander diens eigen gekozen doel te laten bereiken.
Dan zal een yes-set een helende wondertruc blijken te zijn!
En jouw patiënt, cliënt, coachee en leerling zal blij met je zijn en je echt goed vinden!
Ook al weten ze niet hoe je dat voor elkaar hebt gekregen.
=

EEN-NA-LAATSTE VRAAG
Heb jij zelf last van chronische kwalen, pijn of ander ongemak?
Hoe weet jij of jij jezelf niet voortdurend met yes-sets voedt via je denken en de uitspraken die je regelmatig herhaalt?
En zo die chronische kwalen, pijn en ongemak beaamt, zelfs als je denkt bezig te zijn met het oplossen ervan?

+
=
EN DE LAATSTE VRAAG
Wil je hier in getraind worden?
Of wil je jouw personeel hierin trainen?
Neem dan contact met me op.


=
=

Literatuur:
Erickson, Milton H. & Zeig, Jeffrey K. Onbewust leren. Amsterdam: uitgeverij Karnak, derde druk 2005.

 

Wanneer hanteer je als arts suggestieve taal?

Wat moet je als arts met suggestieve taal?
Je moet toch je patiënten duidelijkheid geven?

Stel het lichaam van je patiënt is onderzocht op de aanwezigheid van kanker. Er is een punctie verricht en de patiënt zit voor je met de prangende vraag: is het kanker? Kwaadaardig of goedaardig? Ingekapseld of uitgezaaid? Moet je als arts — ‘om de patiënt via suggestieve taal naar het hoopvolle licht te brengen’ — bijvoorbeeld het woord ‘kanker’ op dat moment zien te vermijden ?

Nee, natuurlijk niet! Je dient duidelijkheid te verschaffen.

=

Jouw medische taal is heldere taal

Jij bent de expert en je zult dus nooit bang zijn om de dingen bij hun naam te noemen die jij als vakkundige hanteert. Maar als je die betreffende term een of twee keer genoemd hebt, hoef je die natuurlijk niet te blijven herhalen. Dan kun je al meteen beginnen met bemoedigende opmerkingen die het (geloof in) herstel bevorderen.

Op medisch gebied gebruik je als arts heldere taal, dus niet vaag. Ook met een taalkrachttraining op zak blijf je op medisch vakgebied spreken zoals je dat altijd al hebt gedaan.

Er is echter één gebied waar je patiënt altijd meer weet dan jij: dat is diens eigen beleving. De patiënt begrijpt de ziekte of kwaal op een geheel eigen manier.

=

Jouw coachende taal is vage taal

Wat weet jij als arts van de toekomst zoals de patiënt die voor zichzelf ziet na diagnose of behandeling? Hoe denk je dat die visie van invloed zal zijn op diens totale genezingsproces? En wordt dat toekomstbeeld van de patiënt niet bepaald door diens overtuigingen en persoonlijke ervaringen uit het verleden? Zijn die overtuigingen meestal niet zeer hardnekkig? En is het mogelijk dat hardnekkige overtuigingen soms totaal veranderen en radicale omwentelingen veroorzaken in een mensenleven?

Heb je ooit meegemaakt dat je medische kennis en vaardigheden niet voldoende bleken om een patiënt op te beuren of te laten geloven in een goede afloop? Of dat een patiënt je vaardigheid of betrokkenheid in twijfel trok? Ook dat zijn situaties waarin je specifieke artsentaak er voor even op zit en je terechtkomt op het terrein van coachen en dus suggestieve taal kunt gebruiken. En wat doe je als je patiënt dichtklapt, of de een of andere weerstand vertoont?

Op coachend gebied betekent suggestieve taal: vaag en veelomvattend, vrijheid en ruimte schenkend, mogelijkheden biedend. In rapport. En meestal is deze taal eenvoudig en vindingrijk.

=

Voorbeeld – Bij de arts | Mooie uitnodiging

‘Ik weet niet wat u vindt van de dingen die ik zojuist gezegd heb.
Kunt mij iets vertellen over wat u nu voelt en ervaart?’

=

Heldere medische taal en vage coachende taal, samen in één pakket

Het medische deel van je artsenopdracht vraagt om een houding en taal die uitstraalt: ‘Ik weet het.’ En het niet-medische deel van je taak als arts, het coachen, vraagt om een houding en taal die uitstraalt: ‘Ik weet het niet. Wat weet u?’

=

Probleemgerichte versus oplossingsgerichte hulpverlening

Je kunt ook zeggen dat je als arts een beroep hebt dat zowel probleemgerichte hulpverlening als oplossingsgerichte hulpverlening verzorgt.

Probleemgericht werk je door de vraag te stellen: ‘Welke fysieke kwestie speelt er in het lichaam van deze patiënt?’ Waarbij je ook de invloed van psychische factoren overweegt.

Oplossingsgericht werk je wanneer je de taak krijgt om de patiënt te laten begrijpen wat er aan de hand is met zijn of haar gezondheid. En wat de vervolgstappen zullen zijn. Om gerust te stellen. Om duidelijk te maken hoe medicijnen toegepast moeten worden en voor hoe lang. Om te bemoedigen. Je bent een belangrijke richtingwijzer voor de toekomst van de patiënt en toont hoe het verdere leven positief beïnvloed kan worden door allerlei aanwezige factoren. Je oplossingsgerichte taak is de patiënt daadwerkelijk te laten bewegen in de richting van het licht aan het eind van een tunnel.

Oplossingsgericht werken betekent ook dat jij de patiënt zélf goede mogelijkheden laat ontdekken die heel dicht bij diens eigen interpretatie liggen en passen bij diens opvattingen. Op die manier vindt de patiënt zelf kansen voor het veranderen en verbeteren van gezondheid en gedrag. Zo ook kan de patiënt opstaan en boven zichzelf uit rijzen… zich vroeg of laat verbazend over de eigen kracht, en het wonderlijke verschijnen van gezonde inzichten, veranderend gedrag en nieuwe initiatieven.

 

=
=

Cover voorkant BOEK 1 TKT site klein Deze tekst is afkomstig uit de taalkrachttraining: “Een mens beter laten worden dankzij suggestieve taal” van Tura Gerards. Wil je meer weten over deze training voor jezelf of je bedrijf, schrijf je dan in voor mijn nieuwsbrief en ontvang gratis hoofdstuk 1 en 2 (downloadbare pdf)

=
=